Heidi Driesen

 

Hondeninstructeur & gedragsdeskundige

 

 

 

 

 

 


 

 

 

Leonbergers

 

 

 

Het is niet mijn bedoeling om hier een uitgebreide beschrijving van het ras van de 'Leonbergers' te geven. Maar doordat de mensen die hier in de hondenschool trainen, regelmatig in contact komen met onze Leo's Geena & Chican, krijg ik toch wel vaker de vraag naar wat meer informatie over dit ras. Wij zijn ze al gewoon onze grote leeuwen, maar ik kan me voorstellen dat andere mensen toch nog vaak opkijken, wanneer ze in contact komen met onze viervoeters.

 

Voor een uitgebreide rasbeschrijving verwijs ik graag naar de officiële website van de Leonbergerclub en de sites van een aantal goede fokkers (zie links) waar je heel wat meer info kan terugvinden.

 

Geschiedenis

De oorsprong van onze Leonbergers ligt in het begin van de negentiende eeuw. Het kynologisch middelpunt in Duitsland was Würtemberg, met als belangrijke stad Leonberg. Het fokken van honden was vooral in handen van arbeiders, slagers, bakkers en een aantal redelijk grote hondenhandelaars. Zij kochten alle honden uit de omgeving op en exporteerden die dan naar andere delen van Duitsland en zelfs buiten de Duitse landsgrenzen.

 

Eén van deze handelaars was Heinrich Essig. (1808-1889) Hij heeft een grote rol gespeeld in het ontstaan van onze moderne Leonberger. Essig wilde een hond creëren die sterk leek op de leeuw, afgebeeld in het wapenschild van de stad Leonberg. Volgens Essig waren de Leonbergers een geslaagde kruising tussen Newfoundlanders en de oorspronkelijke honden van de St. Bernardsberg die hij zelf met de grote wolfshonden uit de Pyreneeën verbeterd had.

 

De eerste echte rasbeschrijving van de Leonberger dateert van 1880 en werd geschreven door Hering. Volgens Hering waren de Leonbergers, naast de Newfoundlanders waar ze van afstamden, de grootste en meest imposante honden uit die tijd. Ze waren 80 tot 82 cm groot en van de neus tot aan de staartpunt konden ze tot 2 meter zijn. De brede dikke kop viel onmiddellijk op. De ogen waren groot, rond en intelligent en deden denken aan de blik van een leeuw. De belangrijkste kleur was bij de meeste wit met strorode geelbruine of zwarte vlekken en op de kop een mooie maskertekening. Aan het einde van de negentiende eeuw stond de Leonberger bekend als trouw, kindvriendelijk en aanhankelijk. Door zijn grote intelligentie was hij een loyale vriend en metgezel.

 

Door de jaren heen kende het ras een terugval en dit doordat de honden in uiterlijk en type nogal veel verschillenden. Gelukkig waren er enkele liefhebbers die het oude ras van de ondergang redden en in 1895 werd in Stuttgart een rasclub voor Leonbergers opgericht. De club zorgde voor een echte rasstandaard waardoor er gestreefd werd naar eenheid in het type.

 

Wist je dat Sissi (de Oostenrijkse Keizering Elisabeth) een voorliefde had voor de Leonbergers? Aan het Oostenrijkse hof zouden er 7 Leonbergers gelopen hebben.

 

Intussen staat de Leonberger gekend als een kindvriendelijke familiehond zoals wij hen ook kennen.

 

De rasstandaard

Op hondententoonstellingen worden onder meer het uiterlijk en het gangwerk van rashonden door keurmeesters beoordeeld. Zij baseren zich op de officiële rasstandaard erkend door het F.C.I. (Fédération Cynologique Internationale). In de rasstandaard staat precies omschreven hoe de mooist denkbare vertegenwoordiger van zijn ras eruit ziet. Fokkers zullen dan ook steeds proberen om honden te fokken die zoveel mogelijk voldoen aan deze standaard.

 

De Leonberger behoort tot de rasgroep van de 'Dogachtigen'.

 

Het is een grote, krachtig gespierde en goed gepropotioneerde hond. Ze hebben een half hangende staart. Tussen de tenen hebben ze zwemvliezen waardoor ze ook voor waterwerk in aanmerking komen.

 

Hoofd: de droge schedel is matig gewelfd en de wangen zijn niet te krachtig ontwikkeld. Doordat het hoofd zijdelings afgeplat lijkt, is het dieper dan breed.

Voorsnuit: is matig diep en mag niet spits toelopen.

Lippen: zijn strak, hangen niet over en de mondhoeken zijn gesloten. Leonbergers kwijlen daarom ook niet.

Neusrug: de licht bol verlopende neusrug is overal even breed.

Oren: zijn hoog aangezet en worden hangend, vlak tegen het hoofd aan, gedragen.

Ogen: zijn middelmatig groot en de oogranden sluiten goed aan.

Gebit: Leonbergers hebben een schaargebit

Schouderhoogte: reuen hebben een schouderhoogte tussen de 72 en 80 cm en teven tussen de 65 en 75 cm.

Vacht: is matig zacht tot stevig, rijkelijk lang, sluik en vlakliggend met een dikke ondervacht. De vacht mag nooit krullen, maar wel golven. Rond de hals horen fraaie manen.

Kleur: goudgeel tot roodbruin met een donker masker en donkere tot zwarte haarpunten.

 

Karakter en sociale aanleg

Leonbergers zijn rustig, evenwichtig en zelfverzekerd van aard. Ze zijn ongecompliceerd en vriendelijk, trouw aan hun mensen en behoorlijk intelligent. Ze waken uitstekend, maar altijd beheerst en zonder daarbij luidruchtig te zijn.

 

Het zijn vriendelijke honden die over het algemeen goed omgaan met soortgenoten. Ze hebben een kindvriendelijk karakter. Ze zijn rustig in huis en levendig en speels wanneer ze buiten komen. De Leonberger is van nature uit niet angstig noch agressief.

 

Vachtverzorging

Hou er rekening mee dat hij een langharige vacht heeft met een dikke ondervacht. De vacht moet regelmatig goed geborsteld en gekamd worden.

 

Opvoeding

De opvoeding dient evenwichtig en consequent te zijn. Je kan ze niet dwingen en een harde aanpak is uit den boze. Het is een gevoelige hond die goed reageert op de stem en het enthousiasme van zijn baas.

 

Beweging

Ze vergezellen je graag op lange wandelingen, want ze hebben redelijk wat beweging nodig.

 

Gebruik

Alhoewel de Leonberger een geschikte gezelschapshond is, kan je er perfect gehoorzaamheidstraining mee volgen. Heel wat Leonbergers behalen ook mooie resultaten in waterwerk.

 

 

Smart doggies & much more... • info@smartdoggies.be0495/28.28.49